BIJLAGE 13 Passende Beoordeling en VEN-toets ... Tractebel 28 augustus 2016 2 1 Passende beoordeling

download BIJLAGE 13 Passende Beoordeling en VEN-toets ... Tractebel 28 augustus 2016 2 1 Passende beoordeling

of 68

  • date post

    13-Jul-2020
  • Category

    Documents

  • view

    1
  • download

    0

Embed Size (px)

Transcript of BIJLAGE 13 Passende Beoordeling en VEN-toets ... Tractebel 28 augustus 2016 2 1 Passende beoordeling

  • DDefinitief MER Plopsaland – De Panne

    Tractebel 28 augustus 2016 1

    BIJLAGE 13 Passende Beoordeling en VEN-toets

  • DDefinitief MER Plopsaland – De Panne

    Tractebel 28 augustus 2016 2

    1 Passende beoordeling

    1.1 Inleiding

    1.1.1 Doelstelling

    Plopsaland NV wenst een hernieuwing en uitbreiding van de milieuvergunning te bekomen voor haar

    themapark in De Panne.

    Het projectgebied bevindt zich nabij 2 Natura 2000-gebieden, namelijk het Habitatrichtlijnengebied

    ‘Duingebieden inclusief Ijzermonding en Zwin’ (BE2500001) op ca. 30 m en het Vogelrichtlijnengebied

    ‘Westkust’ (BE2500121) op ca. 200 m (zie Kaart 19). Aangezien de realisatie van het project een risico

    inhoudt voor een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze Speciale

    Beschermingszone, dient conform Art. 36ter. van het Natuurdecreet een passende beoordeling te

    worden opgemaakt.

    Het doel van dit rapport is een beschrijving te geven van de mogelijke effecten van het project op de

    beschermde Europese en Vlaamse natuur. Dit gebeurt in een passende beoordeling, die de effecten

    onderzoekt op de habitats en de soorten waarvoor het Habitat- is afgebakend of die in het gebied

    voorkomen, evenals de Bijlage IV-soorten van de Habitatrichtlijn. Op basis van de effectenbespreking

    kunnen, indien nodig, milderende maatregelen opgelegd worden.

    1.1.2 Coördinaten van de initiatiefnemer

    De initiatiefnemer van het project is de instantie die het project wil ondernemen. De initiatiefnemer die het

    project gaat realiseren is Plopsaland NV, De Pannelaan 68, 8660 De Panne

    De opmaak van het project-MER waar deze passende beoordeling integraal deel van uitmaakt wordt

    vanwege de initiatiefnemer begeleid door De heer Steve Van den Kerkhof en De heer David De

    Beuselinck.

    1.1.3 Situering projectgebied

    Het projectgebied situeert zich op grondgebied van gemeente De Panne en is gelegen ten zuiden van de

    Duinhoekstraat (N386) en ten westen van de N34.

  • DDefinitief MER Plopsaland – De Panne

    Tractebel 28 augustus 2016 3

    Figuur 1.1 Situering projectgebied ten opzichte van SBZ-H en SBZ-V

  • DDefinitief MER Plopsaland – De Panne

    Tractebel 28 augustus 2016 4

    1.2 Natura 2000

    1.2.1 Algemeen

    Binnen Vlaanderen zijn een aantal Speciale Beschermingszones aangeduid of voorgesteld voor

    aanduiding in het kader van internationale verdragen en Europese Richtlijnen. Het betreft de

    Vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) aangeduid in het kader van richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van

    de vogelstand (Besluit Vlaamse regering van 17 oktober 1988), de Ramsargebieden in het kader van de

    internationale Ramsar-Conventie (wet van 22 februari 1979) en de Habitatrichtlijngebieden, voorgesteld

    in het kader van de Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde

    flora en fauna (Richtlijn van de Raad van 21 mei 1992). De geselecteerde Habitatrichtlijngebieden (SBZ-

    H) in Vlaanderen werden in 2005 door Europa goedgekeurd.

    Het hoofddoel van de Europese richtlijnen is het behoud van de biologische diversiteit, weliswaar met

    inachtneming van de vereisten op economisch, sociaal, cultureel en regionaal vlak. Samen met de

    Vogelrichtlijngebieden vormen de Habitatrichtlijngebieden een netwerk van beschermde gebieden over

    de hele Europese Unie, Natura 2000 genaamd.

    Artikel 36ter van het Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu speelt een cruciale rol

    in het behoud en beheer van deze gebieden. In §3 van dit artikel wordt vermeld:

    ‘Een vergunningsplichtige activiteit of een plan of programma dat afzonderlijk of in combinatie met één of

    meerdere bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma’s, een betekenisvolle aantasting

    van de natuurlijke kenmerken van een Speciale Beschermingszone kan veroorzaken, dient onderworpen

    te worden aan een passende beoordeling wat betreft de betekenisvolle effecten voor de Speciale

    Beschermingszone’.

    Belangrijk zijn eveneens § 4 en 5 die achtereenvolgens vermelden:

    §4: De overheid die over een vergunningsaanvraag, een plan of programma moet beslissen, mag de

    vergunning slechts toestaan of het plan of programma slechts goedkeuren indien het plan of programma

    of de uitvoering van de activiteit geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de

    betrokken Speciale Beschermingszone kan veroorzaken. De bevoegde overheid draagt er steeds zorg

    voor dat door het opleggen van voorwaarden er geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke

    kenmerken van een Speciale Beschermingszone kan ontstaan.

    §5: In afwijking op de bepalingen van §4, kan een vergunningsplichtige activiteit die of een plan of

    programma dat afzonderlijk of in combinatie met één of meer bestaande of voorgestelde activiteiten,

    plannen of programma’s, een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een Speciale

    Beschermingszone kan veroorzaken, slechts toegestaan of goedgekeurd worden:

     nadat is gebleken dat er voor de natuurlijke kenmerken van de Speciale Beschermingszone

    geen minder schadelijke alternatieve oplossingen zijn en,

     omwille van dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van

    sociale of economische aard. Wanneer de betrokken Speciale Beschermingszone of een

    deelgebied ervan, een gebied met een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort is,

    komen alleen argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare

    veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten dan wel, na advies van de Europese

    Commissie, andere dwingende redenen van groot openbaar belang, in aanmerking.

    De afwijking bedoeld in het voorgaande lid kan bovendien slechts toegestaan worden nadat voldaan is

    aan de volgende voorwaarden:

    1. de nodige compenserende maatregelen genomen zijn en de nodige actieve

    instandhoudingsmaatregelen genomen zijn of worden die waarborgen dat de algehele

    samenhang van de Speciale Beschermingszone en –zones bewaard blijft;

  • DDefinitief MER Plopsaland – De Panne

    Tractebel 28 augustus 2016 5

    2. de compenserende maatregelen zijn van die aard dat een evenwaardige habitat of het natuurlijk

    milieu ervan, van minstens een gelijkaardige oppervlakte in principe actief is ontwikkeld.

    De paragrafen 4 en 5 voorzien in een gefaseerde procedure voor de beoordeling van plannen en

    projecten:

     Het eerste deel van de procedure is een beoordelingsfase, waarin nagegaan wordt of er een

    betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Speciale

    Beschermingszone plaatsgrijpt.

     Het tweede deel van de procedure wordt opgestart als er een betekenisvolle aantasting van de

    natuurlijke kenmerken van de betrokken Speciale Beschermingszone plaatsgrijpt. Deze fase

    betreft een alternatievenonderzoek waarbij naar minder schadelijke alternatieve oplossingen

    wordt gezocht.

     Als er geen minder schadelijke alternatieve oplossingen mogelijk zijn, wordt in een derde fase

    nagegaan of er dwingende redenen van openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale

    of economische aard aanwezig zijn.

    1.2.2 Habitatrichtlijngebied

    Op 21 mei 1992 werd de Europese Richtlijn 92/43/EEG, inzake de instandhouding van de natuurlijke

    habitats en de wilde flora en fauna (zogenoemde ‘Habitatrichtlijn’), uitgevaardigd. Deze richtlijn heeft tot

    doel de biodiversiteit in de lidstaten te behouden en streeft naar de instandhouding én het herstel van de

    natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna die hiervan deel uitmaken.

    Samengevat leidt de analyse van de Habitatrichtlijn tot de volgende uitgangspunten voor het opstellen

    van de voorliggende studie:

     Indien het project significante gevolgen kan hebben op de Speciale Beschermingszones (SBZ-

    H), kan de vergunning zonder verder onderzoek niet verleend worden.

     De beoordeling dient volgens de Habitatrichtlijn uiteindelijk te gebeuren in het licht van de

    instandhoudingdoelstellingen die voor de gebieden bepaald zijn bij de vastlegging hiervan. Om

    de grootte van de impact in te schatten, zal gebruik gemaakt worden van de omschrijving van

    gunstige staat van instandhouding voor habitats en soorten.

     Bij de effectbespreking zal bijzondere aandacht uitgaan naar de soorten en habitats die

    beschermd zijn door de richtlijn. Andere (indicator)soorten en habitats kunnen mogelijk

    meegenomen worden indien zij een belangrijke component vormen binnen de beschermde

    ecosystemen of indien zij een indicatie kunnen geven met betrekking tot de effecten op de

    beschermde soorten en habitats.

    De beoordeling dient te gebeuren door het project te vergelijken met zowel de referentiesituatie (nl. het

    moment van aanwijzing, zie hoger) als het autonoom scenario. Lidstaten moeten immers niet enkel de

    gebieden beschermen, maar ook ontwikkelen indien dit noodzakelijk is voor een ‘gunstige’

    instandhouding. Dit betekent dan ook dat het effect van het vigerend beleid op de gunstige staat van

    in